Dag 12/35 – Deel 4/4

Hierna terug naar het hotel. Mooie set foto’s. Blij dat ik heb doorgezet. Snel even de mails van de afgelopen dagen opsturen en dan naar het noorden naar Lesueur National Park. Aanvankelijk dacht ik nog om vanavond terug te gaan naar Nambung om de flitsfoto’s verder te verbeteren en morgenochtend nog de pano te schieten van de heuvel die het eerst in het licht kwam. Maar er zijn nog zoveel dingen te zien en ik heb nog maar 3 weken de tijd. De set foto’s die ik nu van Nambung heb is al veel beter dan ik had gehoopt. Op naar de volgende dus. Eerst naar Jurien Bay om wat voorraden in te slaan. Ik wil niet weer net als vorige week zonder water rondrijden.

Als ik met een volle boodschappenkar buiten kom begint het weer te plenzen. Shit. Gauw naar de auto en alles inladen. Terug naar de winkel maak ik een pijnlijk foutje. Ik ren met het karretje terug en net als thuis spring ik op, om op de kar te hangen terwijl die hard vooruit rijdt. Blijkbaar zijn de karretjes hier een stuk lichter, want deze kantelt meteen en ik val plat op straat. Fok! Er zit een stuk grint in mijn hand. Als ik dat eruit haal zit er een lelijke open plek onder. Er is een flink stuk huid van mijn handpalm weg. Er zit alleen rauw vlees en iets donkers. Is dat bot? Ik voel bij mijn andere hand en er zit wel direct bot onder, maar bot is wit toch? Bij nader inzien is het geen bot dat ik zie. Ik spoel het vuil er direct uit met een fles water en onderzoek de rest. Knie kapot geschaafd, broek gescheurd en hier en daar nog wat kleine schaafwondjes die niet echt de moeite waard zijn.

Die wond op mijn hand is wel vervelend. Het kan niet gehecht worden want er zit geen huid. Volgens mij moet dit gewoon weer dichtgroeien. Moet er alleen voor zorgen dat het niet gaat ontsteken. Terug de winkel in voor een paar grote pleisters. Vreemd genoeg voel ik helemaal geen pijn. Gelukkig bloedt het ook niet hevig.

De lucht zit inmiddels helemaal dicht. Geen goed teken. Misschien maar helemaal naar het noorden rijden richting Kalbarri. Maar als ik een paar kilometer onderweg ben klaart het op. Terug naar Lesueur dan maar, ben er nu zo dichtbij.

In Lesueur is een 18 km lange weg waarlangs hele aparte wildbloemen staan waarvan een aantal alleen hier voorkomen. Eénmaal terug zie ik dat die opklaring blijkbaar niet voor hier geldt. Het is nog steeds helemaal bewolkt. Vervelend is verder dat er heel veel wind staat. Bepaald niet ideaal. Even naar buiten en hop de volgende bui komt langs. Gauw maar weer naar binnen dan. Het park is ook anders dan ik had verwacht. Het is een vrij kaal, licht heuvelachtig gebied met hele lage begroeing, een beetje hei-achtig. Wel valt me op dat er heel veel soorten planten door elkaar staan. Dat zal vast het bijzondere hier zijn.

Wat verderop sta ik in een luwte en lukt het om een paar foto’s van bloemen te maken, hoewel de wind ook hier af en toe onverwacht om de hoek komt bulderen.

Lesueur National Park

Lesueur National Park

Lesueur National Park

Het landschap aan de andere kant van de weg is totaal anders. Waarschijnlijk zag het er daar vroeger ook zo uit als in het park, maar is dat allemaal omgeploegd en gecultiveerd.

Lesueur National Park

Kort daarna komt de volgende bui en die daarna zie ik ook al. Dit heeft weinig zin. Ik voel er ook niets voor om hier een dag te gaan zitten wachten met mogelijk morgen hetzelfde weerplaatje. Toch naar het noorden dus.

Het valt me op dat de GPS raar doet als ik de motor start. Het hele scherm vervormt en gaat soms ook uit. Hij hangt aan de aanstekervoeding. Misschien een hogere spanning tijdelijk? Met andere auto’s heeft dit nooit problemen gegeven.

Wat noordelijker ligt Tathra National Park, vergelijkbaar met Lesueur maar anders. Eens kijken of ik dat kan vinden.

Onderweg kom ik langs een zee van gele bloemetjes die ik niet kan laten liggen.

Ten noord-oosten van Lesueur National Park

Ten noord-oosten van Lesueur National Park

Valt niet mee om het park te vinden en tot overmaat van ramp stopt de GPS ermee. Ik rij hier wat in de rondte, maar dan begint het toch weer te regenen. Wel vind ik nog een apart beestje op de weg dat ik gisteren ook al ergens zag. Het is een soort hagedis. Zijn kop lijkt op die van een slang en die trekt ie ook dreigend open als ik dichterbij kom. Heb nog niet uitgezocht wat het is. Ik blijf er verder maar vanaf. Wel manoevreer ik hem langzaam maar zeker van de weg af, anders wordt ie vast en zeker platgereden.

Ten noord-oosten van Lesueur National Park

Ten noord-oosten van Lesueur National Park

GPS krijg ik niet meer aan de gang. Ik hoor alleen maar een hoog fluittoontje als ik hem probeer aan te zetten. Dit is klote. Ik rij nu soort van blind en ik kan ook mijn routes niet meer loggen.

De pleister haal ik maar van de wond af omdat het helemaal nat is daaronder. Blijkbaar heb ik waterdichte pleisters gekocht. Het kan maar beter drogen, dan gaat het ook sneller weer dicht.

Uiteindelijk kom ik aan in Geraldton. Hier is het weer een stuk beter. Het is nu 15:00. Hotel vind ik meteen. Eerst op zoek naar een desinfecterend middel om die schaafplekken schoon te maken. Dat vind ik gelukkig ook vrij snel. Dan de GPS. Ik kom uiteindelijk in een electronicawinkel en leg uit wat er is gebeurd. De verkoper vraagt of ik hem al heb gereset. ’Yep heb ik. Batterij eruit, weer erin en aanzetten. Njet.’ ’Heb je hem al gereset zonder batterij?’ ’Eh nee, kan dat dan?’ Ook geen effect. ’Heb je het al geprobeerd met niet oplaadbare batterijen?’ ’Nope’. Hij stopt er twee batterijen in en niet te geloven maar hij werkt weer. Daarna de oplaadbare erin en hij doet niets. Vreemd. Blijkbaar heeft het starten van de auto iets met de batterijen gedaan en niet met de GPS. Ik koop maar een reepje batterijen zodat ik voorlopig weer vooruit kan. Wat een eerlijke verkoper!

Terug in het hotel even een plannetje maken voor de komende dagen. Kalbarri National Park wordt het. Ruim 100 kilometer rijden. Dus maar weer zo vroeg mogelijk er naar toe, om in ieder geval alvast te zien hoe het licht valt en misschien al wat foto’s te maken.

Bewogen dagje, dat wel.

Internet is allemaal betaald hier. Vanavond kost het 6 dollar voor een half uurtje en dan lukt het ook nog niet eens om foto’s mee te sturen. Die moeten dus even wachten. De komende week rij ik verder naar het noorden, tot helemaal naar Karijini National Park. Is nog een heel stuk en dan kom ik ook weer in meer tropisch weer terecht. Faciliteiten schijnen daar echt minimaal te zijn. Ben benieuwd.

edit