Dag 6/35

Vanochtend sta ik om 05:00 op. Eindelijk eens een normale nacht gehad. Eerst terug naar het vliegveld om de auto om te ruilen voor een echte 4WD. Dit gaat vlotjes. Kost nog de helft minder ook dan dat ze dinsdag aangaven. De auto blijkt een diesel. Groot ding, lijkt wel een tank als je hem start. 4WD check, extra reservewiel check, unsealed road coverage check. Ok, we’re good to go.

Doel is Kununurra, ruim 800 kilometer van hier en de laatste tussenstop voor Bungle Bungles/Purnululu National Park. Deze weg is een heel stuk gemakkelijker te rijden dan de weg naar Kakadu. Normale wegbelijning, vooral aan de linkerkant, scheelt een hoop. Je hoeft je minder in te spannen om op de weg te blijven. Gaat als vanzelf net zoals thuis.

Het hele stuk is savanne: goudkleurig droog gras van een halve meter hoog met hier en daar groepjes bomen. Heel veel stukken zijn afgebrand. Een paar keer zie ik een stuk in de fik staan. Vlammen zijn maar een halve meter hoog en branden in een dun lijntje over de vlakte. Bomen worden alleen de onderste paar meter wat zwart maar blijven leven. Het gras brandt wel tot de grond toe weg. Zelfs struikjes overleven het soms.

Verder staan er duizenden termietenhopen, tenminste ik denk dat dat het zijn: torens van grond ongeveer 1 meter hoog. Langs de weg naar Kakadu stonden ook van die dingen, maar die hadden een andere kleur en de vorm was ook anders.

Ik zou hier best eens rond willen neuzen, maar er zijn bijna geen mogelijkheden om te stoppen op de tankstations na dan. De weg ligt verhoogd zoals meestal in dit soort landschappen en er is geen ruimte om de auto te parkeren. Gewoon stil gaan staan midden op de weg is veel te gevaarlijk.

Onderweg staat een bord waarom ik wel moet lachen: een grote voorruit, helemaal verbrijzeld met een grote rode vlek in het midden en de slogan ‘No belt, no brains’ hahaha. Geniaal. Eens kijken of ik hem op de terugweg van de week nog kan vinden, dan maak ik er een foto van.

Ook zie ik bordjes met ’Border Control’ en ’No Fruit Fly Zone’. Die herken ik nog van de vorige keer in het zuid-oosten van Australië. Wist alleen niet dat dat hier ook is. Tussen de twee staten is een brede zone waar geen fruit vervoerd mag worden. Dit om ervoor te zorgen dat fruitvliegjes de zone niet kunnen oversteken. Grote delen van Australië zijn vrij van fruitvliegjes en dat willen ze graag zo houden. Ik heb twee appels bij me en weet niet goed wat ik ermee moet doen. Beetje zonde om weg te gooien, maar ik weet wel dat er flinke boetes op staan. De vorige keer stond er aan de rand van de zone een grote bak waar je alles in kon kieperen. Nou ja, maar even afwachten dan.

Voor ik het goed en wel in de gaten heb, sta ik voor de grenspost tussen Northern Territory (de staat waar ik de afgelopen dagen was) en Western Australia (de staat waar ik nu ben). Ik moet stoppen voor de slagboom en er komt meteen een man met pet naar me toe. Hij vraagt of ik groente en/of fruit bij me heb en ik beken meteen maar de twee appels. Ik krijg de keuze om ze bij de berg fruit te gooien bij het gebouwtje of om ze een stukje verderop op te eten en de resten hier achter te laten. Ok, dan eet ik ze maar even op. De auto wordt verder niet onderzocht.

Terwijl ik op de parkeerplaats van mijn appeltjes geniet zie ik een camper aankomen en die wordt helemaal onderzocht waarbij van beide kanten nogal moeilijk wordt gekeken. Ze vinden het bepaald niet leuk als je niets aangeeft en toch van alles bij je hebt. Alle deurtjes moeten open en manden met aardappels, groente en fruit moeten worden ingeleverd. Zouden ze soms gezegd hebben dat ze helemaal niets bij zich hebben? Dan zijn ze flink de klos denk ik. Boetes gaan per kilo. Nou ja niet mijn probleem. Ik loop nog even terug om mijn klokhuizen op de berg te mikken en rij verder.

Om 15:00 kom ik na ruim 8 uur rijden in Kununurra aan. Ik rij meteen door naar het visitor center om informatie over de Bungle Bungles te krijgen. Een paar dagen geleden kwam ik erachter dat er een paar campings in het park zijn. Ben benieuwd of ik nog een plaatsje kan regelen. Het is natuurlijk wel heel kort dag.

Jarenlang was het praktisch onbereikbaar en alleen vanuit de lucht te zien. Sinds een paar jaar is de weg verbeterd en kun je er met een 4WD naar toe. De eerste 55 km in het park kost bijna 3 uur rijden en dan heb je nog niets gezien. Vanuit Kununurra is het ook nog eens ruim 200 kilometer rijden, dus in 1 dag op en neer is vrijwel niet te doen. Volgens de dame moet ik naar het kantoortje van het Department of Environment and Conservation. Aangezien het al laat in de middag is, moet ik haast gaan maken om daar nog op tijd te zijn.

Het is even zoeken, maar dan vind ik het gelukkig en de deur staat nog open. Er is nog plaats op beide campings. Aanvankelijk dacht ik om één nacht op beide campings te staan, omdat ze ieder in een apart deel van het park staan. Scheelt weer rijden. Vrouwtje achter de balie geeft aan dat de afstand vanaf de ingang van het park naar de ene camping maar 7 kilometer verschilt met die naar de andere. Het maakt dus niet zoveel uit of je twee nachten op dezelfde camping staat of één nacht op beide campings, want die 7 kilometer maakt ook niet uit. Volgens mij klopt die redenering niet, maar ze zal wel weten waar ze het over heeft.

De ene camping schijnt rustiger te zijn omdat er bij de andere een aggregaat staat en als ik ergens een hekel aan heb is het wel zo’n ding dat de hele nacht staat te horren. Twee nachten op de stille camping dus. Geregeld! Er zijn geen faciliteiten en dan bedoel ik dat er echt helemaal niets is. Moet alles wat ik daar nodig heb meenemen. Wordt dus twee nachtjes in de auto slapen, zal wel niet al te comfi worden (-;

Het park bestaat uit twee delen, dus ik heb voor ieder deel een hele dag en zowel een avond als ochtend om foto’s te maken. Halverwege de derde dag kan ik dan weer rustig terug rijden. Geen gehaast en ruim de tijd om de belangrijkste dingen te zien. Ik kijk er heel erg naar uit.

Ik heb me ook nog eens een dag vergist. Dacht dat ik dinsdagochtend door zou vliegen naar Perth, maar dat is pas woensdag. Dus heb nog een dag extra ook. Eens kijken wat ik daar mee ga doen. Er zijn een paar mogelijkheden: een grote krater van een meteoriet 100 km verder naar het zuiden, een kloof op een uurtje rijden of Litchfield National Park vlakbij Darwin. We zien wel wat het wordt.

Na wat rondrijden vindt ik een hotel dat me aanstaat en nog plaats heeft ook. Wel weer flink prijzig, maar ik heb een mooie grote bungalow. Nog even wat luxe om aan terug te denken als ik opgefrommeld in de auto lig.

Ik haal ook nog maar even een extra batterij voor de camera. Denk niet dat ik hem nodig heb, maar voor het geval dat ik nog ’s nachts wil fotograferen of als ik na Bungle Bungles direct door rij naar het volgende park. Zou niet best zijn als alles leeg is. Denk dat ik ter plekke gek zou worden.

Hier vlakbij is ook nog een park: Mirima National Park. Het is maar een minuut of 10 rijden, omdat het pal tegen het stadje aan ligt. Hier schijnen dezelfde soort rotsen te zijn als in Bungle Bungles maar dan een stuk kleiner.

Op de parkeerplaats wordt een flinke wandeling aangekondigd en het staat vol met waarschuwingen over voldoende water meenemen en zo. Ik controleer mijn zaklampje nog even voor de zekerheid, want het duurt niet zo heel lang meer voordat de zon onder gaat. Dan op pad. Allereerst een stuk door een soort vallei en dan vrij steil naar boven. Tot mijn stomme verbazing duurt de hele wandeling nog geen kwartier en ik sta helemaal boven. Nou ja zeg… Rotsen zijn niet fotogeniek. Hier valt helemaal niets te doen. Wegwezen dus en terug naar de auto.

Aan de andere kant van het park zal de zon onder gaan. Ik rij nog wat rond en kan een heel stuk omhoog rijden naar een uitzichtpunt. Even heb ik nog hoop op mooie foto’s, maar die wordt snel de grond in geboord. Ook hier wordt het niets.

Ok laat maar gaan. Terug naar mijn villa en onderweg nog even een bak Fish & Chips halen, daar heb ik nu wel zin in.

En dan rest er niets anders dan vroeg mijn bedje in gaan. Ik wil morgen rond zonsopkomst aan het begin van de Bungle Bungles parkweg staan en het neemt minimaal 2 maar waarschijnlijk eerder 3 uur (vanwege de kangoeroes) in beslag om daar te komen. De zon gaat om 06:30 op. Oef…

In ieder geval een heel leuk vooruitzicht voor de komende dagen. Ik heb er zo’n zin in.

edit