Dag 9/21

Wandelen

Vanochtend is het onverwacht helemaal onbewolkt en zonnig. Hier had ik even niet op gerekend. Had de wekker niet gezet omdat ik dacht dat het toch weer zo’n regendag zou worden. Oef nu moet ik even snel uitvissen wat ik kan gaan doen hier. Beter maar niet teveel tijd verspillen. Na wat zoeken in boekjes en op internet kom erachter dat hier 3 natuurgebiedjes zijn aan de rand van de stad waar doorgaans wild te zien is. Elanden, vossen en kraanvogels worden genoemd.

Ik ga snel op pad omdat ik de toegangswegen op de gps gevonden heb. Dat moet een eitje zijn. Binnen 10 minuten ben ik er. De weg blijkt echter kilometers lang te zijn en helemaal rond te lopen. De twee meertjes waar de wandelpaden beginnen kan ik niet vinden. Alle gele bomen, de blaadjes althans, staan in een mooi warm zonlicht.

Dan maar naar het gebied waar de kraanvogels zitten. Ook hier gaat het hetzelfde. Ik heb moeite om me te orienteren. Moet er vlak bij zijn maar vinden doe ik het niet, na anderhalf uur rondrijden geef ik het op. Het is inmiddels 09:00 en het visitor center moet nu open zijn. Deze kan ik gelukkig wel vinden.

Een wat oudere dame, gezicht helemaal geplamuurd, komt meteen naar me toe. Wat ze voor me kan betekenen? Eh, ben op zoek naar die natuurgebiedjes en kan ze niet vinden. Nou die weet ze wel. Meteen kaarten erbij die driftig worden volgekalkt met allerlei aanwijzingen waarvan ik binnen de kortste keren het spoor bijster ben. Wel heb ik onthouden waar de parken zijn en daar ging het om. Ze blijft maar doorratelen over hoe geweldig het hier allemaal is en welke dingen ik zeker moet gaan bezoeken nu ik hier ben. Ik begin er al gauw genoeg van te krijgen en wil veel liever naar buiten.

Typisch dat ze niet even vraagt wat me nog meer interesseert. Ik wil dit liefst zo snel mogelijk afbreken, maar hoe doe je dat netjes. Ik kom er gewoon niet tussen. ’Oh ja en het historisch automuseum daar moet u echt naar toe, dat is wel zo mooi!’. Nou het zal misschien niet het laatste zijn waar ik naar toe zou willen maar zeker ook niet de eerste 10. De ene oh ja volgt de andere op en er komt geen eind aan. Telkens als ik denk dat ze klaar is, wordt er weer een folder op tafel getoverd, met nog meer fantaaaaaaastische plekken om naar toe te gaan.

Uiteindelijk haalt ze even adem en dat is voor mij het moment om haar te bedanken. Pffffffft, dat had niet veel langer moeten duren. Ik was er een kwartier geleden al klaar mee. Terwijl ik wegloop wordt ik toch nog even naar hun bijzondere expositie geleidt, die ik echt even moet bekijken. Hoe doet ze dit toch? Ze zegt het op zo’n manier dat het bijna onbeschoft is om te weigeren.

Ik loop daar even naar binnen en zie een paar diorama’s met aangeklede poppen. Ok dit heeft lang genoeg geduurd nu, wegwezen hier. Gelukkig is ze even weg want ze zou het denk ik niet accepteren dat ik maar een minuutje binnen ben geweest in hun wonderbaarlijke expositie. Nou ja het is verder een aardig mens en allemaal goed bedoeld. Ik weet in ieder geval wat ik moet weten dus snel op weg naar park 1. Dit is op de kaart aangemerkt als ’Lake’ Baillard. Nou dan verwacht je nogal een plas. Ik rij er bijna voorbij, het is een minuskule vijver van een meter of 50 doorsnee en ik denk dat ik dan nog aan de ruime kant zit. Nou ja in ieder geval heb ik de wandelpaden gevonden.

Er schijnen hier soms ook beren te zitten, maar ik denk dat dat allemaal wel meevalt als ik het zo zie. Bearspray wel mee voor het geval dat, maar gewoon in de tas. Uiteindelijk wandel ik hier een uurtje, maar afgezien van een paar schetterende eekhoorns en een groepje mussen (soort van dan, weet niet precies wat het zijn) geen wild te zien. Bij de receptie hadden ze het over vossen en sneeuwhazen en op de website stond zelfs dat je hier lynxen kunt tegenkomen, tja dan gaan de verwachtingen wel omhoog. In ieder geval even lekker gewandeld na al die dagen in de auto.

Creamers Field

Hierna rij ik door naar Creamers Field, een deels open en deels bebost gebied waar veel trekvogels neerstrijken. Vooral kraanvogels (type sandhill crane) komen hier veel. Ik hoor ze meteen al, zo’n apart geluid. Af en toe komen ze in groepjes aanzweven bijna vertikaal hangend in de lucht, landingsgestel uit, nek omhoog en vleugels wijd. Ze draaien langzaam een paar bochten, komen steeds lager en landen heel zachtjes en langzaam.

Voor foto’s zijn ze wel wat ver weg. Ik zie alleen maar wat zwarte nekken boven het gras uitsteken. Wereldwijd zijn er nog zo’n 600.000 van. Er zijn hier twee wandelingen en ik doe ze allebei. Eentje gaat door een bos. Eigenlijk zijn hier drie typen gebieden in Alaska: hooggebergte waar alleen maar mossen voorkomen of helemaal niets meer groeit, toendra op de hogere en koudere delen waar wel al hogere begroeiing mogelijk is en op dit moment rood gekleurd van de bessenstruiken met hier en daar een verdwaalde black of white spruce en boreal forest.

Ik vroeg me al af wat boreal betekent, komt zo bekend voor. Maar dan weet ik het, betekent ’van het noorden’, als in noorderlicht: aurora borealis. Er staan hier 5 typen bomen door elkaar: de naaldbomen black en white spruce en de loofbomen birch, aspen en poplar. Die laatste 3 kan ik nog steeds niet goed van elkaar onderscheiden. Ze lijken zoveel op elkaar. Afhankelijk van hoogte en hoever naar het noorden, overheersen de naaldbomen of de loofbomen.

Het is een vrij laag bos, hier is het een meter of 10 hoog, rondom Anchorage al gauw een meter of 25 als het niet meer is. Een teken dat de condities hier moeilijker zijn. Net onder de oppervlakte zit de permafrost en dit betekent dat de bomen hun wortelstelsel in de breedte laten groeien en niet in de diepte. Blikseminslag is de grootste oorzaak van verandering. Hierdoor branden stukken van het bos weg hetgeen weer ruimte geeft voor nieuwe groei, te beginnen met bessenstruiken en dwergberken. Die laatste zijn weer voer voor de elanden.

Periodieke verbranding is dus belangrijk. Hier in het park zijn ze branden lange tijd tegengegaan, met als gevolg dat de bomen hoger worden en de elanden er niet meer bij kunnen. Nu simuleren ze brand door af en toe een gebied plat te rijden en de bomen te verpulveren waardoor die nieuwe jonge spruiten laten groeien. Hierdoor zijn de elanden weer naar dit gebied teruggekomen.

Er liggen veel omgevallen bomen in het bos en als je goed kijkt zie je dat die allemaal naar één punt gevallen zijn. Dit komt door ijsnaalden. Bevriezende grond krimpt (ik begrijp niet waarom maar het schijnt zo te zijn) waardoor er spleten ontstaan. In de zomer lopen die vol met regenwater dat in de winter weer bevriest. Bevriezend water zet uit waardoor de spleten breder en dieper worden. Na en aantal jaren kan zoén ijsnaald zo groot worden dat alle bomen die erop en direct eromheen staan naar elkaar toe vallen. Hierop ontstaat er meer licht boven een vijver waarin in kikkers en veel larven leven.

Vind het altijd wel leuk om dit soort dingen te weten. Als je gewoon door dit bos wandelt zou het misschien niet eens opvallen en zou je al helemaal niet kunnen bedenken hoe het zo is gekomen en wat er achter zit. Over langere tijd gezien volgen de elanden dus eigenlijk de blikseminslagen (-;

Door de klimaatverandering treden er verschuivingen op in het bos. In de zomer ontdooit er meer permafrost waardoor het bos instabieler wordt en er mee bomen omvallen. Hierdoor komen er ook meer meertjes en dus meer kikkers en vliegen. Doordat het warmer wordt schuiven de loofbomen op naar het noorden en nemen meer plek in van de naaldbomen die op hun beurt weer een stuk van de toendra afpakken. 17% van alle landmassa wordt ingenomen door boreal forest.

Museum of the North

Het is nu 13:00 en ondanks het mooie weer, strakblauwe lucht, graadje of 20, besluit ik toch even naar binnen te gaan, naar het museum van het noorden. Eerlijk gezegd valt dit me een beetje tegen. Veel eskimokunst, wat kleding en wapens en een expositie van opgezette dieren. Dit laatste is wel even leuk om te zien. Hier valt ook het verschil tussen een zwarte beer en een bruine beer goed op. Ze hebben een heel ander postuur. Ik ben hier snel klaar, na een uurtje sta ik weer buiten. Weer buiten op het terrein van de universiteit zie ik de Alaska Range goed liggen, zelfs Denali op 200 km afstand is duidelijk zichtbaar.

Circle

Na een paar uurtjes rij ik een heel stuk naar het noorden in de richting van het plaatsje Circle in de hoop elanden, rendieren of een verdwaalde beer te zien te krijgen, maar na een paar uur heb ik het wel weer gezien. Helemaal niets. De lucht is ook helemaal dicht getrokken, dus geen mooie zonsondergang en voor het noorderlicht hoef ik ook niet buiten te blijven. Onderweg kom ik nog wel een aantal kerels tegen die in camouflagepak en met geweer op de rug de toendra op scheuren met hun quads.

De laatste dagen is me opgevallen dat bijna iedereen hier tanden en kiezen mist en de meeste andere tanden zijn deel zwart en afgebroken. Zou trekken hier goedkoper zijn dan vullen of zouden ze hun tanden gewoon niet poetsen? Meisje bij de benzinepomp gisteren in Valdez, miste alle 4 de boventanden.

Kaarten, Grafieken & Downloads

GPS Kaart met kleurgecodeerde hoogte informatie

Kleurgecodeerde afstand/hoogte grafiek

Kleurgecodeerde afstand/hoogte grafiek, Alaska Herfst 2013, Dag 09

Download het originele gpx bestand hier.

edit